Home
Nieuws
Bestuur & commissies
Wedstrijdagenda
Lotingen
Aanwezigheidsrooster
Verslagen/Uitslagen
Jan Bogtstra Jeugd
Fotogalerij
Aanmelden
Historie Club
Wie is Jan Bogtstra?
Sponsors


Home

Jan Bogtstra

Vorige: De oprichting van de kaatsvereniging "Jan Bogtstra"

Jan Bogtstra is te Franeker geboren op 22 maart 1824 en daar op 7 april 1916 overleden op 92 jarige leeftijd. Hij was de oudste zoon van koopman en wijnhandelaar Nicolaas Bogtstra (1798-1862 en Bregtje Salverda (1797-1876). Na Jan zijn in het gezin nog drie kinderen geboren. Twee zijn al voor het bereiken van hun eerste verjaardag gestorven. Zijn zuster Janke leefde van 1827 tot 1862. In Bogtstra's jonge jaren was het nog mogelijk om het gymnasium te Franeker (tot 1868) en het Atheneum (opgeheven in 1843) te bezoeken. Dat voorrecht heeft hij genoten.

Daarna werd hij in het bedrijf van zijn vader opgenomen. Deze dreef zijn zaken aan de Godsacker in twee aan het woonhuis grenzende panden en wel een wijnhandel, een grossierderij in sterke dranken en een tabakskerverij. In diverse beschrijvingen wordt vermeld dat Bogtstra van plan is geweest om theologie te gaan studeren. Waarom dit tenslotte niet gebeurd is, wordt nergens aangegeven. Een noodzaak om thuis mee te gaan doen, blijkt ook niet uit vaders leeftijd en evenmin uit het feit dat deze pas in 1862 overlijdt.Hoe dan ook, naast de dagelijkse werkzaamheden - nog aangevuld met assurantieverzorging als agent van de Nederlandsche Maatschappij van Brandverzekering te Tiel - ontmoeten we Jan Bogtstra vervolgens in vele maatschappelijke functies in zijn geboortestad. Bij de uitoefening van die functies is sprake van een veelzijdige belandstelling, een grote kennis en een in de loop der jaren verworven uitgebreide ervaring.

Van 1859 tot 1879 is hij lid van de Franeker gemeenteraad en vanuit die functie wordt hij regent van het in die tijd zo genoemde Kranzinnigengesticht. Dertig jaar lang is hi zetter der personele belastingen, dat wil zeggen, naast de inspecteur der belastingen fungeerde Bogtstra in twijfelgevallen voor de plaatselijke bevolking als beroepsinstantie. De Kamer van Koophandel heeft hem als secretaris gekend en de Nutsspaarbank als directeur. Met het voorzitterschap van de IJsclub, het penningmeesterschap van het Selskip foar Fryske Tael en Skriftekennisse en het mede oprichten van de muziekvereniging De Harmonie in 1863, is de lijst rond. Van laatstgenoemde vereniging was Bogtstra actief lid. De IJsclub werd door zijn toedoen in 1866 opnieuw opgericht. Tezamen met zijn hobby voor het kweken van bloemen, lijken zijn dagen meer dan gevuld. Wat dat betreft, behoeft het geen verwondering te wekken dat er over het zelf actief deelnemen aan het kaatsen geen berichten zijn gevonden. Uit zijn levendige beschrijving van het kaatsen in zijn jeugd op het "Oud Kaatsveld", is hoogstens af te lijden dat de jong Jan aldaar misschien wel als balkeerder heeft gefungeerd. Maar des te meer treft dan de indrukwekkende reeks van bijdragen aan de ontwikkeling en organisatie van de kaatssport, bekroond met erelidmaatschappen van "Jan Bogstra", de NKB, de Belgishce Kaatsbond "La Sociéteé Royale du jeu de petite Balle au Tamis" en het erevoorzitterschap van de Permanente Commissie. Erelidmaatschappen worden meestal gegeven op grond van langdurige verdiensten. In het geval van Jan Bogtstra mogen we wel spreken van zeer langdurige en zeer gewichtige verdiensten.

In 1853 is hij medeoprichter van de P.C. en daarna veertig jaar lang bestuurslid, al die tijd als penningmeester optredende, en de laatste dertien jaar teven als voorzitter. In de eerste jaren is hij bij de jaarlijkse grote wedstrijd klarinettist, tezamen overigens met de andere bestuursleden, die als werkende leden van de schutterijmuziek gewend waren om de trombone, Turkse trom en de bekkens te bespelen. Hoe gemoedelijk moet toen de grote dag in de kaatswereld zijn verlopen.

Tijdens Bogtstra's voorzitterschap treedt hij meermalen op als begaafd spreker met gloedvolle redevoeringen. Uit 1893 - bij zijn afscheid als voorzitter en benoeming tot erevoorzitter van de P.C. - is zijn toespraak in gedrukte vorm bewaard gebleven, dankzij de snelpersdruk van F. Koksma te Franeker.

Als Bogtstra bij die gelegenheid alles gezegd heeft wat in druk is verschenen, hebben de toehoorders vijf (!) kwartier naar hem moeten luisteren. Op zich een prestatie! Hij moet het allemaal hebben verteld, omdat hij in het voorwoord spreekt over tijn toestemming "de gehoudene Lezing (inderdaad met een hoofdletter!) voor hare (bedoeld is de P.C.) rekening tot een beperkt getal exemplaren te laten drukken en deze bij wijze van present-exemplaar aan te bieden."

De spreker wendt zich eerst tot zijn medebestuursleden en schildert vervolgens in den brede de historie van de kaatssport van de Oudheid tot het heden.

In het bijzonder krijgt België de aandacht. Het betoog wordt afgewisseld met geestige anekdotes, zoals over de pastoor van Bougy, die in 1850 de onvoorzichtigheid beging om de traditioneel door het dorp naar de kerk gebrachte kaatstrofeeën, in de vorm van zilveren kaatsballen, om te laten smelten tot kandelaren. Een volksopstand dreigde door deze vernietiging van het culturele bezit, de pastoor werd snel overgeplaatst en de zilveren ballen zijn sedertdien niet meer aan de kerken ten geschenke aangeboden. Via de graven van Henegouwen en Beieren en de hertogen van Bourgondië arriveren we op de helft van het betoog in Friesland. We horen van Bogtstra ook dat het via de P.C.-commissie bij de telling gemeengoed is geworden om niet meer een gewonnen half spel, maar alleen punten te laten vervallen. Vooral in de beschrijving van de bestuursvergadering van de P.C. komt de meester-verteller geheel tot zijn recht. Hij heeft ongetwijfeld weer de volle aandacht van zijn publiek weten te trekken, dat bij de historische toelichten mogelijk toch wel een niet bij de les is geweest. Deze bestuursvergaderingen werden tot 1881 in de zogenaamde tussenschool aan het Martiniplantsoen gehouden. "De eerste woensdag van elk kwartaal, 's avonds tegen acht uur, kom men de leden van onderscheidene kanten het kerkhof zien betreden, waarbij de één na de ander in de donkere gloppe (steeg) verdwenen. Na een pikduistere gang betreden te hebben, bereikte men eene deur, welke toegang gaf tot een klein locaal gevuld met schoolbanken waar men zich zoo goed mogelijk op de tast moest doorwerken om de deur te bereiken waardoor men de vergaderzaal betrad." Het leven van Jan Bogtstra is dus altijd met bijzonder veel werkzaamheden gevuld geweest. Het lijkt erop dat hij op 70-jarige leeftijd daar een beperking in heeft willen aanbrengen door het voorzitterschap van de P.C. over de dragen. Maar hij gaat onverdroten voort om, waar hij kan, de kaatssport met raad en daad te stimuleren.

Vorige: De oprichting van de kaatsvereniging "Jan Bogtstra"